Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Zomaar 3 noten uit Boek 3… plus een extra tekstje

1176. Wat is werkelijke spiritualiteit of filosofie in eerste instantie? Het op intelligente en sensitieve wijze weerstand leren bieden aan de overrompeling van de ‘binnenwereld’ door de ‘buitenwereld’, ofwel het adequaat scheppen en vitaal houden van de eigen sfeer. Je uitleveren aan sociale media of het internet is een voorbeeld van het ultieme tegendeel ervan… net zoals tegen niemand nee kunnen zeggen. De beste spirituele woorden voor de aanvangsfase zijn derhalve: ‘stop’ en ‘weg ermee’.
Pas later, na het scheppen van een vitale, eigen(lijke) sfeer, kan men in de wereld functioneren, zonder van de wereld en dus van het ‘men’ te zijn. Men heeft dus de afwisseling nodig van het ‘samen’ en het ‘alleen’.
Men dient gaandeweg het ‘men’ zoveel mogelijk uit zichzelf te verwijderen om eigenlijk te kunnen zijn of worden – het betreft een kwestie van zelfzorg of, zoals Nietzsche zou zeggen: een gezonde zelfzucht.
Men dient ‘de wereld’ te leren kennen, zeker, maar vooral om het onderscheidingsvermogen te kweken dat noodzakelijk is om te kunnen bepalen waar zich wel, en waar zich niet mee in te laten. Dat kan men – als bewust wezen tenminste – immers niet zomaar, of steeds maar, aan ‘de anderen’ overlaten. Hiermee is meteen helder waarom werkelijke spiritualiteit of filosofie niet voor de massa is… en het niets van doen heeft met af en toe een beetje ontspannen, yoga-en of ‘mediteren’ om daarna weer door te gaan op de route van het ‘men’. Het is geen modieus gedoe, of lifestyle, maar veel dieper en serieuzer, het dient menens te zijn. Anders verdient het ‘t niet om werkelijk spiritueel of filosofisch genoemd te kunnen worden.

1177. – Ergens staat: hij die klopt zal worden opengedaan…
Hans zegt: wie klopt, hoeft nergens heen, want wie klopt, zoekt niet (en staat nooit voor een gesloten deur)!
Waarom zoekt een mens naar verlossing, god, verlichting, betekenis, bevestiging, ‘zin’, bedoeling, bestemming enzovoorts? Omdat deze mens niet klopt! En omdat de niet-kloppende mens meestal geen zin heeft de eigen niet-kloppendheid onder ogen te komen, te onderzoeken én corrigeren, wordt er gezocht naar iets buiten zichzelf (wég van het probleem), het liefst nog in pilvorm uiteraard. Of een simpel en onsamenhangend verhaaltje ter geruststelling. Het moet immers vooral geen moeite kosten en het – in wezen ziekmakende – leventje niet te veel overhoophalen.
Kortom: zoeken doen enkel zij die niet kloppen… en er is zinvol en zinloos gezoek…

Verschijnt binnekort…

1186. – Besluit niet voordat je iets besloten moet hebben. Te vroeg willen besluiten wordt gedreven door anxiety, niet door openheid en creativiteit. Neem de tijd en ruimte om met de zaak te spelen tot de tijd daar is of het juiste zich heeft aangediend. Dat leert John Cleese ons (bijvoorbeeld). And I agree.
Intuïtie, inspiratie en (andere) creatieve opwellingen (allen signalen of mededelingen van je ‘onbewuste’ deel) krijgen enkel de kans wanneer en zolang de boel open is… net als ‘de mind’, zoals Zappa ons leerde. In beslag genomen, gestreste geesten produceren weinig interessants. Als alles wordt beoordeeld door de lens van ‘bedrijfsmatigheid’ (of ‘efficiëntie’ of nut) verdwijnt een heleboel aan leven via de achterdeur.

‘Je moet, voordat je “eigenlijk leeft” steeds eerst nog iets anders doen, nog een voorwaarde vervullen, nog een verlangen bevredigen, nog een rekening betalen. En door dat “nog, nog, nog” ontstaat het patroon van uitstel en indirect leven dat het systeem van de mateloze productie op gang houdt’, aldus Sloterdijk.

Helder is dat er vanuit deze mindset of ‘moraal’ geen ruimte en tijd voor creativiteit, zorgzaamheid, werkelijk genieten, emotionele verwerking of reflectie beschikbaar blijft – voor zover deze ruimte niet al, of voor zover nog aanwezig, met sociale media-activiteiten word verspild. Want je moet eerst ook nog een thread volgen, een appje sturen, iets aanklikken of liken… Brian Eno betreurde terecht het verdwijnen van tijd, geld en ruimte voor creatieve ‘vakken’ op middelbare scholen… John Cleese zei dat als je in de klas aan kinderen van zes vraagt wie er creatief is, bijna elk kind de hand opsteekt. Bij elfjarigen is het nog maar de helft. Bij zestienjarigen kijkt iedereen rond of een ander de hand opsteekt… onderwijs… het traint de creativiteit, de ruimtelijkheid, het spelend leren en ontdekken eruit – want ‘het onderwijs’ is ook al een bedrijf geworden, net als ziekenhuizen enzovoorts. En veel jonge mensen zijn al zo vreselijk conformistisch en onorigineel.

En uiteraard blijft creativiteit niet beperkt tot het vervaardigen van kunstzinnigheden of humor*, het gaat ook en vooral om een mindset (en eigenlijk om levenskunst). Wanneer een mens niet creatief leert zijn en dit menselijke vermogen niet levend weet te houden, ook in domeinen als werk en relaties én in het omgaan met uitdagingen en problemen, krijg je steeds armzaliger levens, en dus een armzaliger, onvervulde en gefrustreerde samenleving, die in plaats van op creatieve wijze te reageren, steeds meer stampvoetend en reactief zal zijn – zo kweekt men de woedende, gedeprimeerde, emotioneel en geestelijk infantiele, ontheemde, eenzame en dus onmachtige, onbeheerste mens. Het tegendeel dus, van de door mij gewenste volwaardigheid. Weinig waardigheid en vaardigheid these days… right?

_________

*Tijdens een interview zei de interviewer tegen Cleese dat het superfijn was om hem in de show te hebben. Cleese reageerde met: ‘Ja, inderdaad, het is superfijn voor u om mij in uw show te hebben.’
Inspiratie is een ander woord voor het productieve onbewuste, dat (mits) niet gehinderd door het bewuste deel van de geest z’n creatieve werk doet. De bewuste geest moet zich er niet mee bemoeien, die is vooral zinvol voor het ‘scheppen’ (of beslissen) en erna, maar niet tijdens… voor simpele en precieze dingen is de bewuste geest geschikt, voor meer complexe het onbewuste. Denk na, doe moeite, verzamel info en kennis en laat het dan gebeuren


Nog iets – mens en maatschappij…

Niet alle mentaal-emotionele problemen zijn zo individueel als ze lijken – en ze vinden hun oorsprong ook niet allemaal in een of ander ‘trauma’. De enorme waaier aan hedendaagse aandoeningen, ‘stoornissen’ en ‘etiketten’ zegt wellicht meer over de huidige teneur (‘moraal’) in de samenleving dan over de individuen die naar de dokter, psychologen of psychiater gaan. These days MOET je succesvol en gelukkig zijn (of lijken), je moet genieten en leuk zijn, je moet ‘jezelf’ laten zien, doen gelden en ontplooien, je moet je ‘unieke’ ‘identiteit’ tonen, je moet ‘autonoom’ zijn, meedoen en vooral: voldoen aan de verwachtingen, wat wil zeggen: presteren (en de kids ook), en ondertussen alle schoteltjes in de lucht zien te houden en ervoor zorgen niks missen (FOMO). Hm. Aangeleerd egoïstisch, narcistisch succes en infantiele zelf-etalering (als pseudo-authenticiteit), en steeds maar meer, steeds meer competitie en steeds meer alleen? En wie het niet volhoudt of er geen zin in heeft of iets anders wil, heeft een stoornis, aandoening of trauma? Steeds maar toegeven aan het ‘men’, of mee willen (en moeten) hollen met een zieke, zelfobessieve mentaliteit, vol namaak vrijheid (de ‘vrijheid’ om op zondag te mogen werken, de ‘vrijheid’ om alles zelf te regelen, zelf overal voor te moeten kiezen, de ‘vrijheid’ om als zzp-er en op afroep te werken, om ‘flexibel’ te zijn, ‘fijn’ met iedereen te concurreren – een teneur waar mogen en kunnen ‘presteren’, moeten presteren is geworden). En daarnaast nog de redeloze hyper-individualistische ontremming (alles moet kunnen en mogen – en alles gaat om mij en mijn ‘groepje’). Dat alles tezamen kan niet anders dan tot ellende lijden. Bijna niemand houdt dat vol – en de samenhang, het gezamenlijke, de solidariteit of geborgenheid valt steeds meer uit ‘het systeem’. Daarbovenop nog de cijfermatige controle, de management/target/privatiserings-cultuur, die het plezier in het werk verziekt en alles eerder duurder en vervelender dan beter maakt… heerlijk dat oppervlakkige neoliberale globalisme… waar we zo graag achteraan hollen en aan meedoen, en waarvan we denken dat het ‘goed’ is… (‘je kunt worden wat je wil’, ‘je moet doen wat je leuk vind’, ‘laat jezelf zien’, ‘iedereen is uniek’, ‘Participeren is goed’ – ofwel: je moet alles zelf regelen, uitzoeken en doen en: uitblinken!).

Het is geen bewijs van gezondheid om goed aangepast te zijn aan een zieke samenleving, zei Krishnamurti in andere tijden. De normen zijn nu anders dan in de jaren ’60, maar de terreur van het ‘men’ (het gangbare ‘greed is good’/’elk mens voor zichzelf’/’je moet het zien te maken’ lied sinds 1980) heeft dezelfde werking. Elk tijdperk heeft haar eigen neurosen – en dus wij de onze: eenzame, gestresste, overvraagde, steeds maar meehollende ‘individuen’… (het conformisme aan de postmoderne ‘vrijheid’) uit op totaal ontremd plezier, vol geldingsdrang, met een selfie-mentaliteit en geobsedeerd door geld om de kooplust te bevredigen (ik koop dus ik ben – en wat ik koop laat zien wie ik ben)…
Want met weinig centen tel je niet meer mee… eindpunt van de neoliberale nachtmerrie, waar vrijwel iedereen, ook vrijwel alle partijen, aan meedoet en aan meedoen? Er zijn nog maar twee soorten mensen: winnaars en losers, zo lijkt het… en de losers hebben het uiteraard aan zichzelf te danken, en de succesvollen hebben het helemaal zelf gedaan, zo klinkt het op de achtergrond (en in hun breintjes)… en dus zijn de ‘losers’ en ‘uitvallers’ blij met een etiketje, ‘erkende’ aandoening, ‘diagnose’, trauma en een pil of twee… of ze ontsporen en worden antisociaal, ultra-rechts, ultra-links, geradicaliseerd of gewelddadig of plegen zelfmoord… fijn al die namaak vrijheid en namaak autonomie… ik versta er iets anders onder…

Ja, ik doe mee!